Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo

Ruim anderhalf jaar na de start van dit kabinet heeft de minister van OCW haar visie op het mbo bekend gemaakt. De titel Ruim baan voor vakmanschap: een toekomst gericht mbo suggereert dat er flinke veranderingen op stapel staan voor het mbo, de minister heeft ambitie. Dat blijkt mee te vallen. De beleid dat de vorige minister heeft ingezet me de de nota Focus op vakmanschap wordt voortgezet. De nieuwe nota bevestigt de huidige beleidslijn en al eerder bekend gemaakte voornemens, maar legt enkele nieuwe accenten.
Voor het kleinschalig specialistisch vakonderwijs lijkt er een doorbraak te komen. De minister gaat onderzoeken of er een landelijk vakinstituut voor deze opleidingen kan komen, die bij wet wordt aangewezen. Dat is een mooie volgende stap in het borgen van kleinschalige specialistische vakopleidingen.

De nieuwe accenten in de nota zijn de volgende.

1. Flexibeler kwalificatiestructuur:
– meer ruimte voor de regio om zelf keuzedelen samen te stellen;
– meer ruimte voor cross overs (combinaties van verschillende kwalificaties).

2. Flexibeler leerroutes:
– naast BOL en BBL kan er op experimentele basis een gecombineerde leerweg BOL-BBL aangeboden worden.

3. Flexibeler onderwijsprogramma’s voor volwassenen:
– opdelen van kwalificaties en daar studiepunten voor krijgen;
– andere manier van omgaan met vereisten voor taal en rekenen, loopbaanvaardigehden en burgerschap.

4. Duidelijker doorlopende leerroutes
– uitbreiding vakmanschapsroute (vmbo-2de leerjaar basis en kader naar diploma mbo-niveau 2)
– experiment vakmanschapsroute naar niveau 3 mbo
– experiment beroepsroute (vmbo gemengd en theoretisch naar diploma mbo-niveau 4 en hbo)

5. Duidelijker benaming voor mbo
– onderzoek naar andere namen voor mbo-opleidingen: niveau 1 = entree opleiding; niveau 2 en 3: middelbaar vakonderwijs en niveau 4: middelbaar beroepsonderwijs.

6. meer aandacht voor talentvolle leerlingen
– excellentie programma, waaronder een meester – gezel formule
– invoering cum laude aantekening voor mbo-studenten

7. Variatie in onderwijs-organisaties
– invoering nieuw bestuurlijk model: gemeenschap van mbo-colleges en het versterken van het onderwijskundig leiderschap door de wettelijke introductie van de collegedirecteur
– introductie bestuurlijk model van een mbo-samenwerkingsschool
– scherpere positionering van vakscholen door bepaalde kwalificaties alleen daar te laten uitvoeren.

8. Verplichting tot gebruik van gestandaardiseerde examens
– examens moeten ingekocht zijn bij of gevalideerd door een gecertificeerde exameninstelling

Al met al zou je kunnen zeggen dat de minister met deze accenten bestaande ontwikkelingsrichtingen ondersteunt. Het mbo moet een steviger profiel krijgen, moet meer doen voor de grote diversiteit aan type jongeren die vanuit het vmbo naar het mbo gaan. Of een andere benaming en meer variatie in organisatievormen, die waarschijnlijk veel gedoe gaan opleveren, dan het meest passend zijn, is voor mij nog de vraag. Ook vraag ik me af of het accent op leven lang leren een juiste keuze is. Het is goed dat volwassenen ook (delen van) mbo-diploma’s kunnen halen. Onderwijs aan volwassenen vraagt wel een andere benadering dan onderwijs aan jongeren. In de afgelopen jaren bleef de bijdrage van het overheidsbekostigde onderwijs aan het leven lang leren van volwassenen beperkt. En daarom stel ik de vraag of het een taak is van bekostigde instellingen, of ligt onderwijs aan volwassenen meer op het bordje van private (overheidserkende) instellingen?  Die discussie moet mi niet uit de weg gegaan worden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *