Kabinet wil slecht functionerende toezichthouder harder aanpakken

In brief aan de Tweede Kamer ontvouwt het kabinet de aanpak ten aanzien van de aansprakelijkheid van bestuurders en interne toezichthouders van instellingen in semipublieke sectoren. Hiertoe had de Commissie Behoorlijk Bestuur in haar advies ook aandacht voor gevraagd.

In de praktijk is, volgens het kabinet, gebleken dat niet in alle instellingen het interne toezicht op het bestuur op orde is, dat interne toezichthouders min of meer inactief zijn. Dat leidt in de regel niet tot aansprakelijkheid van de raad van toezicht. Daar wil het kabinet iets aan doen. Via vier invalshoeken wil het kabinet de slecht functionerende toezichthouder aanpakken.

  1. Taken en bevoegdheden interne toezichthouders verduidelijken.
    Interne toezichthouders moeten ervoor zorgen dat zij voldoende geïnformeerd zijn om besluiten te nemen. Men moet niet alleen afgaan op de informatie die door het bestuur wordt verstrekt. Interne toezichthouders moeten beter weten wat ze wel en niet mogen.
  2.  Drempels voor aansprakelijkstelling verlagen
    Instellingen kunnen zelf ongewenst gedrag ontmoedigen. Bestuurders en toezichthouders kunnen civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld door de instelling. Indien de overheid schade heeft geleden, bijvoorbeeld door financieel bij te springen om een instelling voor faillissement te behoeden, kan zij op basis van huidig recht bestuurders en toezichthouders aansprakelijk stellen wegens onrechtmatige daad, voor zover voor bestuurders en toezichthouders voorzienbaar was dat hun gedrag tot deze schade voor de overheid zou leiden.
  3.  Mogelijkheden tot inzet van het strafrecht
    Ook het strafrecht biedt – als ultimum remedium – aanknopingspunten om wanbeheer van bestuurders en toezichthouders te bestraffen. Hier wil het kabinet zaken duidelijker en scherper vastleggen.  Zo wil het kabinet strafrechtelijke vervolging mogelijk maken van de bestuurders bij instellingen in semipublieke sectoren waar in uitzonderlijke gevallen de overheid moet ingrijpen om de verstrekkende maatschappelijke gevolgen van een faillissement te voorkomen.
  4.  Versterking extern toezicht
    Interne toezichthouders kunnen zich gesterkt weten jegens het bestuur als zij kunnen terugvallen op een externe toezichthouder of als zij worden verplicht om aan een externe toezichthouder melding te doen van vermoeden van wanbeheer. Zo zal de Minister van OCW, zoals aangekondigd in de brief versterking bestuurskracht onderwijs (p.14), bij wet vastleggen in welke gevallen de interne toezichthouder de Inspectie van het onderwijs moet informeren over zaken die hij in zijn toezichtsrol tegenkomt.

De Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) heeft zorgen over deze ontwikkeling. Voorzitter Pieter Hettema: “De denklijn van het kabinet is helder: versterking van de positie van het externe toezicht, en vergroting van de aansprakelijkheid en strafbaarstelling van interne toezichthouders. Als voorzitter van de toezichthouders in het onderwijs maak ik me er zorgen over of deze benaderingswijze bijdraagt aan een versterking van de eigen ‘bestuurskracht’ van het onderwijs, waarover Minister Bussemaker zich in haar beleidsvoornemens uitspreekt. “

Via diverse wetsvoorstellen zullen de vier invalshoeken verder worden uitgewerkt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *