Behandeling wetsvoorstel overgang van de wettelijke taken van kenniscentra naar SBB: nota nav het verslag

Schreef ik op 25 oktober nog over het verslag, waarin de Tweede Kamerleden hun vragen stelden over het wetsvoorstel. De vragen zijn beantwoord in de nota nav het verslag, die op 3 november naar de Tweede Kamer is gestuurd. De minister maakt haast, en terecht.

De minister beantwoordt vrij soepel de vragen vanuit de Tweede Kamer. Opvallend is dat zij het wetsvoorstel inhoudelijk verdedigt door te wijzen op de noodzaak van permanente innovatie van het beroepsonderwijs, omdat beroepen en functies in een versnellend tempo veranderen, verdwijnen en ontstaan. Iedereen weet dat het wetsvoorstel er is gekomen omdat het kabinet, vanwege de vele uitgaven om de financiële crisis te beteugelen, naarstig op zoek moest naar geld.

Het is dan ook de vraag of de permanente innovatie er met dit wetswijziging komt. Dat hangt sterk af van het perspectief dat gehanteerd wordt. In ieder geval is het zo dat het sectorale bedrijfsleven minder direct zeggenschap en uitvoeringsmogelijkheden krijgt op onderdelen van het beroepsonderwijs, waar het via de kenniscentra wel direct invloed op kon uitoefenen. Er komt een getrapte structuur van invloed uitoefenen voor de vertegenwoordigers van bedrijven en branches, via segmenten, sectorkamers naar bestuur SBB. De bestuurlijke drukte die kennelijk werd ervaren, slaat waarschijnlijk naar binnen. Ze is dan wellicht minder zichtbaar, maar wel aanwezig.

Vrij uitvoerig wordt ingegaan op de positie van de Dutch Health Tec Academy (DHTA), die door het wegvallen van artikel 9.1.5 lid 2 in voortbestaan wordt bedreigd. Het wachten is op de resultaten van een advies van SBB, op basis van 12 pilots die zijn onderzocht door SOS Vakmanschap, over de positie van uniek specialistisch vakmanschap en de bevindingen van de verkenner, die door de minister is gevraagd onderzoek te doen naar een nieuwe landelijke vakinstelling voor specialistisch vakmanschap. De oprichting daarvan kost evenwel veel tijd. De minister geeft dat het onderwijs wat nu verzorgd wordt geborgd is, omdat de drie betrokken ROC’s daarvoor de verantwoordelijkheid hebben. Maar die hebben er voor gekozen om het onderwijs op te dragen aan het kenniscentrum SVGB, omdat dat ‘dat dienstig was voor de uitvoering van het onderwijs’. Een vreemde redenering, waarbij het historisch besef kennelijk ontbreekt.

Het positieve is dat de minister duidelijk aangeeft dat het haar ambitie is te komen tot een landelijke vakinstelling. Het wachten op uitsluitsel duurt nu al heel erg lang. Daar ligt wel een afbreukrisico voor de DHTA. Het wordt tijd dat er duidelijk gekozen wordt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *