Behandeling wetsvoorstel overgang van de wettelijke taken van kenniscentra naar SBB: verslag

In de parlementaire procedure heeft het wetsvoorstel de fase bereikt dat de Tweede Kamer vragen kan stellen over het wetsvoorstel, het verslag. Er zijn vele goede vragen gesteld over het wetsvoorstel.

Naar mijn mening zullen deze vragen niet leiden dat het wetsvoorstel fundamenteel wordt aangepast of dat de voorgenomen veranderingen geen doorgang vinden. Dat is een beetje inherent aan hoe wijzigingen in het onderwijs doorgevoerd worden. Via maatregelen en bestuurlijke afspraken worden er al veranderingen doorgevoerd en geïmplementeerd. De noodzakelijke wetswijzigingen zijn dan vaak een sluitstuk en een bevestiging van de veranderingen. Soms is de praktijk al zover dat -ook al zou het parlement wellicht willen- de veranderingen niet meer terug te draaien zijn, want er immers al zoveel onomkeerbaar in gang gezet. Daarvan lijkt hier ook sprake.

Op een onderdeel snijdt de parlementaire behandeling nog wel degelijk hout. In het wetsvoorstel is opgenomen dat artikel 9.1.5. verdwijnt, zonder dat er een oplossing aangedragen is voor de onderwijsinstelling die daarop gebaseerd is. Hier kan de Tweede Kamer nadrukkelijk een eigen stempel drukken op de oplossingsrichting. De vragen die over dit onderwerp zijn gesteld zijn in die zin vertrouwen wekkend.

Hieronder volgt een korte impressie van de onderwerpen die in het verslag aan de orde komen. De passages uit het verslag die betrekking hebben op het eerder genoemde artikel 9.1.5 zijn integraal overgenomen.

In algemene zin hebben enkele partijen zich uitgesproken. De VVD is kritisch. Is er voldoende responsiviteit en flexibiliteit is opgenomen om in te spelen op de toekomstige (voor ons nog onbekende) vraag van de arbeidsmarkt. Door de veelheid aan taken vreest de VVD dat SBB een log en bureaucratisch orgaan wordt. PvdA hecht zeer aan een goede kwalificatiestructuur en een bpv-component voor de deelnemers binnen het mbo, maar zien SBB niet als een doel op zich, maar slechts als een middel. CDA vindt de combinatie van overheveling van de taken van de kenniscentra met een bezuinigingsdoelstelling onverstandig. De PVV merkt op dat bedrijven veelal met weemoed terugkijken naar de tijd van het leerlingstelsel. Opleiden op school en in het bedrijf zijn twee verschillende zaken. Van opleiden in het bedrijf hebben de kenniscentra verstand. De PVV is van oordeel dat deze kennis en vaardigheden niet verloren mogen gaan.

Er worden vele vragen gesteld op onderdelen van het wetsvoorstel. De bezuiniging roept de vraag op of de wettelijke taken nog wel op het goede niveau uitgevoerd kunnen worden. En of de betrokkenheid van het sectorale bedrijfsleven voldoende blijft.

Over de oprichting van SBB worden fundamentele vragen gesteld. De VVD stelt daarbij de vraag in hoeverre het wetsvoorstel recht doet aan de regionalisering die het mbo kenmerkt. Zou het regionale perspectief niet als uitgangspunt voor de inrichting van het mbo genomen moeten worden? De VVD doet een oproep om toch een stelseldiscussie aan te gaan, zodat flexibiliteit en het inspelen op toekomstige behoeften adequaat geborgd worden.

Daarnaast zijn er vragen over de ZBO-structuur. Is een agentschap niet beter?

De fracties zijn kritisch op de mogelijke vermenging van publieke en private  activiteiten door SBB. Een dergelijk houding valt ook op bij de stelling dat kwalificatiedossiers de komende jaren niet gewijzigd zouden hoeven te worden.

Daarnaast zijn er vragen over de handelwijze hoe om gegaan wordt met de personeelleden die nu bij de kenniscentra werken. Met instemming wordt geconstateerd dat door de verdwijning van 17 kenniscentra de externe drukte vermindert. Tegelijk is er vrees dat deze drukte eigenlijk niet vermindert, maar verschuift naar interne SBB?

Kwaliteit van de BPV. Het gaat niet alleen om erkennen, maar ook om begeleiding van de bedrijven die BPV bieden. De voorgestane risicogerichte aanpak zou negatief kunnen uitwerken op de kwaliteit van het leerbedrijf.

Representativiteit van de sectorkamer. Gevestigde belangen of ook docenten?

Ook vragen gaan over het transitietraject. Komt er een gebouw? Hoe houd je de kennis en expertise vast, nu er al mensen vertrekken c.q. ontslag krijgen.

Tot slot. Over het voortbestaan van de DHTA worden diverse vragen door VVD, D66 en PvdA. Enkele letterlijke citaten: “De regering benoemt in de toelichting wel dit probleem, maar geeft niet aan wanneer de verkenner geacht wordt met een voorstel te komen. Hoe is de regering voornemens dit manco in de wet voor 1 januari op te lossen, zo vragen deze leden.”

“De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de bemoedi-gende opmerkingen van de Minister over het onderwijs, zoals dat wordt verzorgd door de DHTA. Toch vrezen deze leden dat met voorliggende wetswijzigingen de DHTA tussen wal en schip valt. Immers, artikel 9.1.5, tweede lid, van de WEB, die het wettelijk bestaansrecht vormt voor de DHTA, wordt opgeheven nog voordat er een alternatief voorhanden is. Deelt de regering de mening van de genoemde leden dat er op korte termijn (voor 1 januari 2015) duidelijkheid moet zijn over het perspectief voor de DHTA, opdat het onderwijs aan de deelnemers aan deze opleiding in schooljaar 2015/2016 en daarna verzekerd is? Kan de regering toelichten of er een mogelijkheid is om artikel 9.1.5, tweede lid, WEB te laten bestaan totdat er een duurzaam alternatief verankerd kan worden in het onderwijsstelsel, zo vragen deze leden. Kan de regering daarbij tevens aangeven aan welke alternatieven gewerkt wordt om de vangnetfunctie voor kleinschalig unieke opleidingen te waarborgen, anticiperend op de resultaten van het verkennend onderzoek naar een nieuwe landelijke vakinstelling, en wat de «passende maatregelen» die worden gemeld inhouden, zo vragen deze leden.”

De leden van de PvdA-fractie merken op dat met het schrappen van artikel 9.1.5, tweede lid, van de WEB het juridische fundament onder het vangnet voor kleine, unieke opleidingen verdwijnt zonder dat er een alternatief is vastgesteld. De uitkomst van de verkenning van een nieuwe landelijke vakinstelling als alternatief wordt eind 2014 verwacht, waardoor deze ontwikkelingen niet gelijktijdig plaatsvinden. In de memorie van toelichting (blz. 18–20) van het wetsvoorstel overgang wettelijke taken naar SBB staat hier wel het nodige over, maar in de tekst van de wetswij-ziging zelf is hier niets over opgenomen. Dit leidt tot de volgende dringende vraag: op welke wijze blijft het kleinschalig specialistisch vakmanschap wettelijk verankerd in het onderwijsbestel? Onderkent de regering risico’s verbonden aan het vervallen van artikel 9.1.5, tweede lid, WEB zonder dat er een alternatieve vangnetfunctie voor kleinschalige unieke opleidingen is verankerd in de WEB? Zo ja welke? En hoe worden deze risico’s afgewend? Ziet de regering mogelijkheden om artikel 9.1.5, tweede lid, WEB te laten bestaan totdat er een duurzaam alternatief verankerd kan worden in het onderwijsstelsel? Zo ja, welke? En zo nee, waarom niet?”

“De leden van de PvdA-fractie merken op dat met het schrappen van artikel 9.1.5, tweede lid, van de WEB het juridische fundament onder het vangnet voor kleine, unieke opleidingen verdwijnt zonder dat er een alternatief is vastgesteld. De uitkomst van de verkenning van een nieuwe landelijke vakinstelling als alternatief wordt eind 2014 verwacht, waardoor deze ontwikkelingen niet gelijktijdig plaatsvinden. In de memorie van toelichting (blz. 18–20) van het wetsvoorstel overgang wettelijke taken naar SBB staat hier wel het nodige over, maar in de tekst van de wetswijziging zelf is hier niets over opgenomen. Dit leidt tot de volgende dringende vraag: op welke wijze blijft het kleinschalig specialistisch vakmanschap wettelijk verankerd in het onderwijsbestel? Onderkent de regering risico’s verbonden aan het vervallen van artikel 9.1.5, tweede lid, WEB zonder dat er een alternatieve vangnetfunctie voor kleinschalige unieke opleidingen is verankerd in de WEB? Zo ja welke? En hoe worden deze risico’s afgewend? Ziet de regering mogelijkheden om artikel 9.1.5, tweede lid, WEB te laten bestaan totdat er een duurzaam alternatief verankerd kan worden in het onderwijsstelsel? Zo ja, welke? En zo nee, waarom niet?”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *