Fusie en opsplitsing ROC’s in Rotterdam gaat door

Mijn eerste reactie op dit bericht is de vraag of hiermee een fundamentele aanpassing van het stelsel van het middelbaar beroepsonderwijs in gang wordt gezet. In de huidige structuur kent het mbo Regionale opleidingscentra (ROC), Agrarische opleidingscentra (AOC) en vakinstellingen. De ROC’s zijn breed samengesteld met drie domeinen techniek, zorg en economie en ze zijn regionaal georiënteerd. De AOC’s zijn verticale scholengemeenschappen voor alleen groen onderwijs (vmbo en mbo), ook deze zijn regionaal georiënteerd. De vakinstellingen zijn gekoppeld aan het werkgebied van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en daarmee specifiek gericht op een bepaalde sector. Ze hebben vaak een landelijk dan wel groot regionaal werkingsgebied.

De fusie en opsplitsing van de ROC’s Albeda en Zadkine, die uiteindelijk moet resulteren in 5 vakcolleges vormt een inbreuk op het huidige stelsel. Naast ROC/AOC en vakinstelling komen er sectorcolleges, althans in Rotterdam. Hoewel het een Rotterdamse oplossing is, is niet uit te sluiten dat hiermee een nieuw spoor ingezet wordt. En dan ligt versnippering op de loer. In plaats dat concurrentie afneemt, bestaat de kans dat deze toeneemt. Ik doel hiermee op de mogelijkheid dat scholen in het mbo de mogelijkheid hebben om buiten hun vestigingsplaats onderwijs aan te bieden. En dat gebeurt nu volop. Vooral in bevolkingsdichte gebieden zijn vele mbo-instellingen actief. De ‘strijd’ om de deelnemer zal door de bevolkingskrimp de komende jaren zeker niet verminderen. Tenzij de aanpak om te komen tot een doelmatiger aanbod van onderwijs, waar momenteel aan gewerkt wordt, succesvol wordt. Wat er op dat punt op dit moment op dat onderwerp gebeurt, kenmerk zich vooral door procesafspraken, met mogelijkheid tot -wat dan tegenwoordig zo mooi heet- escalatie. Partijen komen er dan niet uit. Achter deze aanpak zit een benadering die vraagt van bestuurders in het mbo dat zij als hoeders van overheidsbekostigde voorzieningen naast oog voor de belangen van de eigen onderwijsinstelling ook de collectieve belangen van de onderwijssector in het belang houden en deze laatste soms laten prevaleren. Onderwijskundig leiderschap dus. Als er nog meerdere type instellingen komen, wordt het des te noodzakelijker dat bestuurders hiervan doordrongen zijn.

De keuzes die beide ROC’s in Rotterdam maken vinden plaats terwijl er in het stelsel nog meer bewegingen gaande zijn. Door het wegvallen van de kenniscentra hebben de vakinstellingen geen automatische link meer met een bepaalde sector. De vraag is hoe de vakinstellingen dan in het stelsel gepositioneerd worden en hoe verhouden zij zich met de nieuwe sectorcolleges? En dan zijn er ook nog de naweeën van het uiteenvallen van Amarantis.

Er lijkt in het mbo-stelsel op dit punt meer aan de hand dan alleen een oplossing voor een lokaal probleem. Misschien wel een goed moment om toch nog een grondiger te kijken naar het stelsel dan steeds reageren op incidenten. Want is het niet zo dat het stelsel er op gericht moet zijn dat deelnemers het onderwijs krijgen dat past bij hun talenten en dat bovendien tegemoet wordt gekomen aan de vraag op de arbeidsmarkt. Ik ben benieuwd wat de visie van de minister van Onderwijs is…

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *