Commentaar op Internetconsultatie over Wet overgang taken kenniscentra

Het wetsvoorstel regelt o.a:

  • De wettelijke taken en de bekostiging van kenniscentra worden beëindigd.
  • De minister kan een rechtspersoon aanwijzen en deze belasten met de huidige wettelijke taken van de kenniscentra, waaronder:
  • Voorstellen doen voor kwalificatiedossiers
  • De kwaliteit van leerbedrijven in de mbo- /vo-sector beoordelen.

Reactie/commentaar Internetconsultatie Overgang wettelijke taken van kenniscentra naar SBB

1.  Achterliggende gedachte bij wetsvoorstel.
Het wetsvoorstel wordt ingediend vanwege kostenbeheersing en coördinatie (preambule)
-De coördinatie heeft van doen met de complexiteit vanwege de verschillende niveaus in de aanspreekroutes (12). Het gaat om de bestuurlijke drukte, die er nu bestaat. Verandert die wezenlijk of wordt deze geconcentreerd binnen SBB. De laatste anderhalf jaar is de bestuurlijke drukte vanuit het perspectief van de kenniscentra c.q. het sectorale niveau niet verminderd, misschien zelfs toegenomen. In het laatste geval heeft vooral de minister baat bij het wetsvoorstel.
– Kostenreductie, zoals aangekondigd in het regeerakkoord, wordt gehaald bij kwalificatiestructuur, want dat vernieuwingsproces is zo goed als klaar en hoeft de eerstkomende jaren niet gewijzigd te worden (pag 16; wat dan na bijvoorbeel 5 jaar?) en via risico- en vraaggerichte ondersteuning bij de BPV. Volgens mij gebeurt dat al bij veel kenniscentra. Dus of kostenreductie (op termijn) haalbaar is zonder kwaliteitsverlies is de vraag.

2. Takenpakket SBB.
Deze taken omvatten de kwalificatiestructuur, doelmatige inzet van overheidsmiddelen (aanbod opleidingen) en kwaliteit en beschikbaarheid BPV-plaatsen en andere activiteiten, voor zover deze de hoofdtaken niet schaden.
– Bij overige activiteiten gaat het bv om het verzamelen van gegevens over arbeidsmarktrelevantie en -perspectieven van kwalificaties (16). Dit laatste is een bevestiging van wat de kenniscentra nu ook al vaak doen om BCP’s op te kunnen opstellen of een bijdrage te kunnen leveren aan de SBB-monitor en daarmee een voortzetting van staand beleid.

3. Contractactiviteiten zijn niet mogelijk voor SBB. Dit is in tegenstelling tot de mogelijkheden die de kenniscentra nu hebben. Het betekent op zijn minst een scherpe knip in PPS-constructies, die vaak aangegaan worden om sectoraal onderwijs en arbeidsmarktbeleid vorm te geven. Dit punt lag al langer op het wensenbordje van de MBO-Raad, die het een doorn in het oog was dat kenniscentra of een gelieerde organisatie van het sectoraal onderwijs- en arbeidsmarkt beter in staat waren om te voldaan aan marktvragen.

4. Borging belangen sectoraal bedrijfsleven.
– In de wettekst zelf staan geen bepalingen over de sectorkamer en de borging van het belang van sectorale sociale partners. Dat loopt via de statuten, die de goedkeuring behoeven van de minister.
– In de statuten moet ook worden opgenomen dat er een regeling komt voor de betrokkenheid van het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven bij de totstandkoming van voorstellen voor kwalificatiedossiers.
– Er is alleen algemene passage over de sectorkamer opgenomen in memorie van toelichting. Het specifieke karakter van een sectorkamer moet binnen het verband van SBB geregeld worden. Is mogelijk een onderwerp voor de overeenkomst tussen kenniscentrum en SBB (zie ook punt 6).
– In de statuten moeten een paar zaken helder verwoord worden (pag 18). Opvallend is dat het ook gaat over bevoegdheden voor de sectorkamer. Daarover is tot nu toe in de SBB-stukken niet gerept; daar gaat het alleen over taken en verantwoordelijkheden.

5. Uitbesteden onderwijs aan kenniscentrum
Het artikel 915, lid 2, waarin deze mogelijkheid vervat ligt, vervalt. Op dit moment maakt alleen kenniscentrum SVGB hiervan gebruik. Het onderwijs aan de Dutch Health Tec Academy (DHTA) wordt in opdracht van drie ROC’s uitgevoerd. In het wetsvoorstel wordt geen overgangsregeling genoemd, met als risico dat ongeveer 1000 deelnemers aan de DHTA na 1 augustus 2015 hun opleiding moeten staken.

6. Overgangsregeling
– Dit is voor besturen van kenniscentra interessant. De overgangsregeling houdt dat de minister een samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven door de minister kan worden aangewezen als deze een goedgekeurde overeenkomst heeft gesloten met alle kenniscentra (pag 8/23). In de overeenkomst worden geregeld: personeel belast met de wettelijke taken dat wel en niet overgaat en de activa en passiva. Het ligt voor de hand dat het voor het kenniscentrum SVGB dan ook gaat over de DHTA. Tenzij een nieuwe positionering al geregeld is, zou dat een een plaats moeten krijgen in de overeenkomst.
– De werkgeversvereniging kenniscentra is in overleg met SBB (en OCW) bezig allerlei zaken te regelen, die mogelijkerwijs onderdeel zouden kunnen zijn van de eerder bedoelde overeenkomst tussen minister en de afzonderlijke kenniscentra. De besturen van de kenniscentra zijn hierbij formeel niet betrokken. Hier kan dus nog een interessant verschil van inzicht optreden tussen de besturen en de werkgeversvereniging, die bestaat uit de directeuren van de 17 kenniscentra, want op dit moment vindt er nauwelijks tot geen formele afstemming en overleg plaats tussen beide entiteiten.

7. Toetsfunctie kwalificatiestructuur.
De toetsfunctie kwalificatiestructuur is onafhankelijk en tegelijk onderdeel van het kwaliteitszorgsysteem van de samenwerkingsorganisatie.

8. ZBO-status SBB
Het wetsvoorstel gaat uitvoerig in op de zbo-status van het samenwerkingsorgaan. (19 ev), in het bijzonder de openbaar gezagstaak bij SBB belegd wordt waar het de accreditatie van leerbedrijven betreft. Omdat het hier gaat over dwingende bevoegdheden worden uitvoerig diverse alternatieven beschreven en de keuze voor SBB verantwoord. Er blijven sturingsmogelijkheden voor de minister via de zbo-bepaling in het BW en via de statuten en benoemingsrecht van voorzitter en vice-voorzitter.

9. Positie vakscholen
De positie van de huidige vakscholen komt ook aan bod. Door het wegvallen van de kenniscentra valt ook de verbinding tussen link tussen vakschool en werkgebied weg. Er moet een andere oplossing voor worden gevonden. Er lijkt te worden geopteerd om vakscholen een licentie te geven voor bepaalde kwalificatiedossiers. Is dus nog niet geregeld. Het past wel in de discussie over doelmatigheid, welke instelling verzorgt welke opleiding en hoe dwing je dat af?

10. Wat als?
De vraag is of de huidige transitieaanpak in overeenstemming is met de huidige WEB. Nu wordt voorgesteld om zaken vooraf te regelen via een overeenkomst tussen kenniscentrum en SBB, maar stel dat het niet gebeurt, kan de minister dan gebruik maken van huidige artikelen WEB (2.1.6WEB / 11.1 WEB) en wat houdt dat allemaal in?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *